Geke Abma

Gepensioneerd

Geke Abma-ten Klooster werd geboren in 1943 en groeide op in Zwollerkerspel met een zus en twee broers. In 1961 kwam ze voor het eerst naar Schiermonnikoog. Ze kwam aan op de oude steiger en had meteen een goed gevoel. Allemaal blije mensen die kwamen en gingen. Het was een gezellige sfeer. Ze kwam naar het eiland om een jaar stage te lopen als kinderverzorgster in het Koloniehuis Elim, waar nu Vitamaris staat. Om de zes weken kwamen daar nieuwe groepen kinderen aan (Bleekneusjes) om een mooie tijd op het eiland te hebben. Het was een prachtige tijd met de dorpsjongens die streken uithaalden (iets met een geit in het Elim-huis) en met de kinderen waarmee ze er vaak op uit ging naar het strand en naar de zandkuil (waar nu het zwembad staat). Mooie verhalen uit een mooi stageverslag dat Geke nog steeds in de boekenkast heeft staan.
Scroll naar beneden voor het hele verhaal...

Na het jaar stage op Schiermonnikoog volgde ze in Arnhem een driejarige opleiding vvoor verpleegster en daarna in Utrecht een kraamopleiding. Tussendoor ging ze een paar keer naar Frankrijk om daar druiven te plukken of in Parijs bloemen te verkopen. Op haar 24e kwam ze weer naar het eiland voor een zomerbaantje. Ze sliep in een tentje op de camping en werkte bij het ‘Badpaviljoen’ (wat nu de Marlijn is). Daar leerde ze Hilbrand kennen. In 1967 ging ze nog een jaar naar Zuid-Engeland (want het reizen bleef aantrekkelijk) om daar in een Fieldcenter de kok te assisteren bij het koken voor honderd mensen. Na nog een jaar in Arnhem te hebben gewerkt in een ziekenhuis werd in 1970 het huis op Schiermonnikoog gebouwd waar ze nu nog steeds met Hilbrand woont. In 1971 trouwden ze en in 1972 kwam Wopke ter wereld. De tweeling Folkert en Esther kwam in 1973. Dat was een drukke tijd: drie kinderen binnen een jaar en een man die veel op zee was. Maar bovenal was het een gezellige tijd om ze alledrie, van ongeveer dezelfde leeftijd, te zien opgroeien. Ze gingen met de bolderkar naar het strand en de zandkuilen. Vanaf begin jaren tachtig werd Geke oproepkracht in de thuiszorg, wat ze tot ongeveer 1996 heeft gedaan. Rond haar 55e wilde ze graag iets doen dat er nog niet was op het eiland. Ze ging een cursus pottenbakken volgen. Ze wilde iets met haar handen gaan doen, iets ‘prutsen’. Hier beleeft ze nog elke dag plezier aan. “Ik geniet er drie keer van, ik geniet als ik iets maak, ik geniet als het klaar is, de spanning als het uit de oven komt en ik geniet als ik het verkoop en zie hoe een ander ervan geniet”. En dan te bedenken dat de creaties van Geke tot zelfs in het buitenland bij anderen in huis staan en hangen. Naast pottenbakken is ze ook nog werkzaam in de werkgroep voor Amnesty International.

Wat is uw mooiste plekje op Schiermonnikoog?

Geke kan moeilijk kiezen tussen het strand en het rif en de kwelder. In het voorjaar is het prachtig tussen de twee bossen. Daar staan vele paarse bloemetjes: spaanse ruiters. Maar ook aan het einde van een slenk op de kwelder kan ze erg genieten van het eiland.

Welke andere mooie plekjes zou u nog eens willen bezoeken?

Ze zou heel graag nog eens naar Toscane willen vanwege de prachtige natuur. Of naar de Provence. Reizen zit nog steeds in het bloed, maar vele uren vliegen ziet Geke niet meer zitten.

U wint €500.- maar mag het niet zelf houden. Wat doet u ermee?

Geke vind het vreselijk om te zien hoe mensen hun huis en alles moeten achter laten , dat ze hun land moeten verlaten en kunnen worden opgepakt. Dus ze zou graag het geld willen geven aan het vluchtelingenwerk.

Wat is uw favoriete feest op het eiland?

Het midwinterfestival. Dat er in het huis van Karen Hauer het schilderij ‘De aardappeleters’ van Vincent van Gogh werd nagebootst door eilanders die erg stil konden blijven zitten. Prachtig.

Wat is uw leukste herinnering aan een activiteit van Dorpsbelang?

De Koninginnedagspelen in de tachtiger jaren. Vrouwen die moesten touwtrekken, en mensen die een kussengevecht hielden op een balk boven een bak water, de spontane optochten. Ze was met haar eigen kinderen eens verkleed als bakkertjes en liepen zo in optocht door de streken.