Jelke Blaauwwiekel

Jelke Blaauwwiekel is een tevreden man. Het eiland en zijn familie maken hem het meest gelukkig.

Ben je op het eiland geboren?
Nee, ik ben niet op het eiland geboren, maar in Groningen. Daarna woonde ik in Roden, Drenthe. Mijn vader kwam daarvandaan, mijn moeder kwam van het eiland. Toen ik bijna één jaar was zijn we hier komen wonen. Er kwam toen een winkel vrij, van een oom van mijn moeder, en die hebben mijn ouders overgenomen. Het was een groentewinkel, in het pand waar nu Vrouwe Jakoba zit. Tot 1979 hebben ze die winkel gehad. Overnemen trok mij niet, het was hard werken en weinig vrije tijd. Er waren toen meerdere supermarkten en groenteboeren, op ongeveer hetzelfde aantal inwoners – dan wordt de spoeling wel heel dun, daar kun je niet van leven. Ik heb 25 jaar bij Schierfiets gewerkt, en nog 16 jaar bij Wagenborg. Daarnaast ben ik al ruim 40 jaar actief voor de KNRM.

Wat vind je het mooiste plekje op Schiermonnikoog?
De Westerplas. Dat rondje, dat vind ik het mooiste. Vooral ’s zomers, als je dan op dat duin bent en de zuid inkijkt, en de lamsoor bloeit … dat noemen wij het paradijs. Het mooiste plekje van Schiermonnikoog. Nou ja, het hele eiland is mooi!

Welke andere mooie plekjes zou je nog eens willen bezoeken?
Dat heb ik eigenlijk niet zo. We gaan ook niet ver weg op vakantie, niet naar het buitenland. Even weg vinden we wel leuk natuurlijk, naar Drenthe of naar Terschelling. Maar eigenlijk ben je op ons eiland altijd wel een beetje op vakantie, vind ik. Aan Terschelling hebben we goede herinneringen, daar zijn we voor het eerst geweest toen we verkering hadden. We gingen daar jarenlang elk jaar naartoe, een midweek in het voorjaar. Naar een heel leuk, gezellig hotel, maar dat is helaas gemoderniseerd, en nu is het niet meer ‘ons’ hotel. Maar we willen dus nog wel eens naar Terschelling.

Hoe ziet je vrije dag eruit?
Hetzelfde als alle andere, haha! Na het ontbijt doen we de gewone dingen; even naar de winkel, heg knippen, gras maaien, fietsen met de hond … en nu ben ik weer van die bakentjes aan het maken. Knutselen is voor mij een fijn tijdverdrijf, en die bakentjes verkopen Sygrid en Ramon dan weer op strûnmarkten. Creativiteit zit wel in de familie: mijn schoonvader kon heel mooi schilderen, mijn vader was wagenmaker en later timmerman, daar heb je natuurlijk ook dingen van meegekregen. Ik hoef me niet te vervelen in elk geval.

Wat zou je het liefste op je vrije dag willen doen? Of wat zou je in ieder geval nog eens in je leven willen doen?
Ik ben helemaal tevreden met mijn leven zoals het nu is, heb geen uitgesproken wensen. 

Met wie zou je nog wel eens een kopje koffie of thee willen drinken?
Ook hier heb ik geen uitgesproken wensen. Met de meeste mensen die ik ken drink ik al kopjes koffie en thee. Kinderen en kleinkinderen komen hier vaak, dat vind ik het mooiste wat er is.  

Je wint € 500,- maar mag het niet zelf houden. Wat doe je ermee?
Dat gaat naar de kinderboerderij. Die hebben het heel moeilijk, ik vind dat ze dat verdienen.

Wat is je favoriete feest op het eiland?
Tegenwoordig zijn we niet meer van die feestgangers, maar klozum vonden we het leukst. Daarnaast had je vroeger de eilander avonden, dat waren voor ons de twee grootste feesten. De eilander avond was een soort revue, in het Dorpshuis. Eilanders deden dan toneelstukjes op het podium over alles wat er gebeurd was op het eiland, elkaar een beetje op de hak nemen. Dat was echt heel leuk, dan zat het Dorpshuis ook twee avonden helemaal vol. Sytze Schut, Meindert Dobbinga en Henk Koning waren het comité en ze waren de aangevers – zij voelden elkaar heel goed aan, dat was altijd heel gezellig. En dan een bal na met live muziek. Iedereen kon meedoen, maar wij gingen altijd alleen kijken, al heeft mijn vader wel meegedaan. Hij maakte ook decors.
Met klozum hebben we wel meegedaan, ook de kinderen, van kleins af aan. Toen was het demasqué altijd in het Dorpshuis, dan liet iedereen op het podium zien wie er echter het masker zat. 

Wat is je leukste herinnering aan een activiteit van Dorpsbelang?
Wat wij altijd leuk vonden waren de optochten met Koninginnedag, met de versierde wagens. Iedereen maakte dan een wagen, eerst alleen, later met de buurtverenigingen. We deden altijd mee, ook met de kinderen. Dan had je een thema, bijvoorbeeld de Olympische spelen, en moest iedereen een land uitbeelden. Wij hadden Griekenland. Bij het thema Vlieg er eens uit had onze buurt een helikopter gemaakt. En bij het thema Rollen langs de streken hadden wij een wagen: Geld moet rollen, met een grote kassa. Zat Alieke als klein meisje in een rijksdaalder van aluminiumfolie. Dat waren leuke dingen, heel gezellig. Optochten met muziekkorps voorop, jammer dat dat er niet meer is.